Benodigde weerstandscapaciteit

Om de benodigde weerstandscapaciteit te berekenen, zijn allereerst de risico's geïdentificeerd. Vervolgens is gekeken naar de kans van optreden van het risico: erg onwaarschijnlijk, waarschijnlijk, zeer waarschijnlijk of er zijn duidelijke indicaties die wijzen op optreden. Deze kansen zijn uitgedrukt in procenten en vermenigvuldigd met de financiële grondslag voor de berekening van het risico (kolom bedrag). Als het risico meerjarige financiële effecten heeft, wordt het risico voor maximaal vier jaar meegenomen in de benodigde weerstandscapaciteit. Jaar 1 voor 100%, jaar 2 voor 75%, jaar 3 voor 50% en jaar 4 voor 25%. Dat betekent dat vanaf het jaar van optreden van een risico de gemeente maximaal vier jaar de tijd heeft om het financiële effect voor 100% in de begroting op te vangen.

In deze paragraaf bespreken wij allereerst de risico's met een incidenteel financieel effect. Als tweede bespreken we de risico's met een structureel financieel effect. Als derde bespreken we de risico's zonder een financieel effect voor de benodigde weerstandscapaciteit.

Benodigde weerstandscapaciteit
(bedragen x € 1 miljoen)

Jaarrekening 2019

Kans

Bedrag

2021

2022

2023

2024

Huidig

Incidenteel financieel effect

1. Gemeentelijke grondexploitaties

2,30

3,90

3,90

2. Hoog Dalem

0,58

0,58

0,58

3. Waarborgen en garanties

7,12

12,5%

56,96

7,12

4. Uitgegeven geldleningen

0,10

12,5%

0,61

0,08

5. Wegbeheer en onderhoud

0,00

67,5%

0,10

0,07

6. Corona

0,00

6,12

6,06

Totaal Incidenteel

10,10

68,27

17,80

Structureel financieel effect

7. Verbonden partijen

0,31

12,5%

1,00

0,13

0,09

0,06

0,03

0,31

8a. Gemeentefonds (normeringssystematiek)

1,15

67,5%

0,72

0,49

0,36

0,24

0,12

1,22

8b. Gemeentefonds, overgangsmaatregelen herverdeling

87,5%

0,56

0,49

0,37

0,25

1,10

8. Leegstand panden

0,77

87,5%

0,35

0,17

0,23

0,15

0,08

0,63

Totaal Structureel

2,23

2,63

0,78

1,18

0,83

0,47

3,26

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

12,33

70,90

0,78

1,18

0,83

0,47

21,06

Risico's met een incidenteel financieel effect

1. Gemeentelijke grondexploitaties
De risico's rondom de gemeentelijke grondexploitaties zijn in totaal ingeschat op € 3,9 mln. De risico’s zijn gebaseerd op het MPG 2020, waarin deze zijn uitgesplitst per grondexploitatie. Omdat hier het totaalrisico wordt weergegeven, zijn de kolommen kans en bedrag niet ingevuld.

In de gemeentelijke grondexploitaties worden de geraamde risico’s in het weerstandsvermogen met name veroorzaakt door Groote Haar. Dit heeft hoofdzakelijk te maken met de lange looptijd van de grondexploitatie Groote Haar, waardoor deze zeer gevoelig is voor rentefluctuaties en prijsstijgingen. Dit effect komt verder tot uitdrukking in het risico dat de looptijd van Groote Haar verder wordt verlengd als de verbreding van de A27 niet tijdig is gerealiseerd. Overige risico’s, maar met een minder grote impact, betreffen de kans dat de te verwerven grond duurder wordt dan tot nu toe aangenomen en de kans dat door het niet integraal ophogen van het terrein de kavels niet voor de meest optimale grondprijs kunnen worden verkocht.

In de grondexploitaties zijn de risico’s met betrekking tot de corona-uitbraak niet meegenomen omdat de impact van de coronacrisis nog niet te duiden is. Diverse instanties hebben de mogelijke gevolgen in kaart gebracht voor de woningmarkt, echter de prognoses bevatten veel aannames (wel of geen tweede/derde golf, de duur van de crisis, de mate van impact etc.) Daarnaast leren de voorgaande (financiële) crisissen dat de bouwsector laat-cyclisch is. Hierdoor zijn de gevolgen van de eerste coronagolf op dit moment ook lastig in kaart te brengen. Kortom, de impact is onzeker. Daarentegen is er in algemene zin in de grondexploitaties wel rekening gehouden met de risico's van vertraging in de uitgifte van grond en het niet kunnen realiseren van de geraamde grondprijzen.

2. Hoog Dalem

De voortgang in het project Hoog Dalem is zover gevorderd dat risico's waarmee in het weerstandsvermogen rekening wordt gehouden zich slechts nog concentreren op de realisatie van het deelplan Middengebied. De risico’s hebben betrekking op de planning; de exacte gevolgen van corona zijn nog niet in kaart te brengen, zoals ook aangegeven in de paragraaf grondbeleid. Mochten er echter negatieve gevolgen optreden als gevolg van de coronacrisis, dan zal het waarschijnlijk betrekking hebben op de planning.

Daarnaast zijn er nog marktrisico's die effect hebben op de hoogte van verkoopprijzen en productiekosten. Het totaalrisico voor de gemeente is bepaald op circa € 0,6 mln. Omdat de onderliggende risico's individueel gewogen zijn (conform de voorgeschreven methodiek), is er geen percentage opgenomen in de tabel.

3. Waarborgen en garanties

De gemeente Gorinchem staat voor circa € 57 mln. garant voor leningen van bijvoorbeeld deelnemingen, onderwijsinstellingen en verenigingen. Deze € 57 mln. vormt de financiële grondslag voor de berekening van het risico. De kans dat de gemeente wordt aangesproken voor schulden/leningen van deze instanties is ingeschat als erg onwaarschijnlijk (12,5%).

4. Uitgegeven geldleningen

De gemeente Gorinchem heeft circa € 0,61 mln. leningen verstrekt aan bijvoorbeeld stichtingen. Deze € 0,61 mln. vormt daarmee de financiële grondslag voor de berekening van het risico. De kans dat één of meer van deze stichtingen hun lening niet kan terugbetalen, wordt ingeschat op erg onwaarschijnlijk (12,5%).

5. Wegbeheer en onderhoud

Medio 2021 zullen onderhoudswerkzaamheden wegbeheer (onkruidbestrijding op wegverhardingen en straatvegen) opnieuw in de markt gezet worden, waarbij het mogelijk is dat deze taken aan een andere partij zullen worden gegund. In dat geval is het mogelijk dat eenmalige overgangskosten in rekening worden gebracht bij de gemeente Gorinchem voor bijvoorbeeld de overname van materieel of begeleiding van personeel naar ander werk. Deze overgangskosten worden ingeschat op ca. € 80.000 á € 100.000. Afhankelijk van het resultaat van de nieuwe dienstverleningsovereenkomst kan eventueel een deel van de eenmalige kosten binnen de ontstane begrotingsruimte gedekt worden. De kans dat deze extra kosten zich voor zullen doen wordt geschat op 67,5%.

6. Corona

Het grootste en tevens meest lastig te kwantificeren risico, is het effect van de coronacrisis op de gemeentelijke financiën. Veiligheidsmaatregelen, beperkter aantal bezoekers, toezicht en handhaving, kosten voor het faciliteren van medewerkers etc. maken dat er op diverse onderdelen extra kosten zullen worden gemaakt, of inkomsten worden misgelopen. Het is daarbij nog niet duidelijk in hoeverre het Rijk ook in 2021 e.v. de gemeenten en inwoners en instellingen blijft compenseren voor de effecten van de crisis. Hoeveel kosten moeten worden gemaakt, is moeilijk in te schatten en is sterk afhankelijk van het verloop van het virus en de bijhorende maatregelen. Wij hebben op basis van de eerder besproken 42 risico’s bekeken welke risico’s het meest relevant zijn in 2021 en daarvoor een inschatting van het bedrag en de kans gemaakt. In onderstaande tabel hebben wij alleen de risico’s met financiële impact toegelicht. Het grootste risico ligt in de hoogte van de algemene uitkering. Voor het totaaloverzicht van de 42 risico’s verwijzen wij naar de bijlagen.

Nr

Risico-omschrijving (bedragen x € 1.000)

Toelichting / risicomaatregelen

Risico-bedrag

Risico-kans

Risico-kans %

2021

2022

2023

2024

Totaal

5

De parkeeropbrengsten worden door de vermindering van het bezoek aan de stad negatief beïnvloed.

In 2020 was terugloop aan inkomsten significant tijdens de lockdown € 297.000, volledig vergoed door het Rijk (incidenteel). Voor 2021 geen verminderde inkomsten te verwachten als er geen 2e lockdown komt.

300

Onwaarschijnlijk

37,5%

113

0

0

0

113

6

De kade- en havengelden worden door de vermindering van het bezoek aan de stad en door reisbeperkingen negatief beïnvloed.

De grootste post betreft het aanleggen van cruiseschepen. Voor 2021 is het maximale risico berekend op ca € 200.000. In hoeverre de cruiseschepen weer gaan varen is nog onzeker.

200

Zeer waarschijnlijk

87,5%

175

0

0

0

175

7

De veergelden worden door de vermindering van het bezoek aan de stad en door reisbeperkingen negatief beïnvloed.

In 2020 is het effect tijdens de Lockdown gedurende 3 maanden begrensd tot ca. € 30.000, door de verminderde inkomsten te compenseren met verminderde inhuur. Dit risico doet zich niet voor als er geen 2e lockdown komt.

30

Onwaarschijnlijk

37,5%

11

0

0

0

11

9

Het risico dat huurders van vastgoed niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen neemt toe. Dit geeft een groter risico van huurderving.

In 2020 was sprake van kwijtschelding van huren wat leidde tot huurderving. In 2021 is dit niet aan de orde wegens Corona, tenzij sprake is van een lockdown.

800

Erg onwaarschijnlijk

12,5%

100

0

0

0

100

13

Het risico dat huurders van sportvelden niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen neemt toe. Dit geeft een groter risico van huurderving.

De verenigingen (huurders) hebben aanvullende maatregelen genomen met betrekking tot corona en zijn weer operationeel. In 2020 heeft de gemeente gedurende de lockdown periode (maart, april, mei en juni) de huren kwijtgescholden (€ 40.000 voor de buitensportverenigingen en € 45.000 voor de binnensportverenigingen).

85

Zeer waarschijnlijk

87,5%

74

0

0

0

74

14

Tekorten van (gesubsidieerde) partijen die bijdragen aan de realisatie van het gemeentelijk beleid (vb.: sportverenigingen, bibliotheek, museum, theaters, enz.).

Bij subsidievaststelling 2020 bepalen welke financiële impuls wenselijk is om het gemeentelijk beleid tot realisatie te laten komen in 2021. Totaal bedrag subsidies 7,2 mln.

720

Onwaarschijnlijk

37,5%

270

0

0

0

270

16

Extra WMO kosten als gevolg van de coronacrisis.

In 2020 heeft het Rijk een incidentele bijdrage geven voor inhaalzorg WMO en eigenbijdrage Wmo. Wij hebben de bijdrage van het Rijk als risicobedrag genomen. Dit risico doet zich niet voor als er geen 2e lockdown komt.

70

Onwaarschijnlijk

37,5%

26

0

0

0

26

18

Extra Participatiewet kosten als gevolg van de coronacrisis (extra uitkeringen, minder vergoedingen voor WSW-ers).

Het effect van extra uitkeringen komt later wanneer mensen in de bijstand komen (na UWV). Wij zien wel een risico bij het teruglopen van de opbrengsten van de Sociale werkbedrijf. In 2020 hebben wij van het Rijk een bijdrage ontvangen van € 555.000 ter compensatie van een deel van de loonkosten. Wij hebben het risicobedrag bepaald op basis van de gegevens 2020.

555

Waarschijnlijk

62,5%

347

0

0

0

347

25

Er wordt meer vuil aangeboden en er zijn meer bijplaatsingen, hetgeen extra kosten bij Waardlanden veroorzaakt.

Ook in 2021 wordt er mogelijk meer afval aangeboden en kunnen de verwerkingskosten toenemen met 7,5% (met € 126.000).

126

Zeer waarschijnlijk

37,5%

47

0

0

0

47

34

Het risico dat belastingplichtigen niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen neemt toe. Dit geeft een groter risico voor kwijtschelding of oninbaarheid.

Rekening wordt gehouden met een toename van 10% aan kwijtschelding.

65

Onwaarschijnlijk

37,5%

24

0

0

0

24

36

De coronacrisis zelf dan wel de eventueel daardoor veroorzaakte economische crisis kan gevolgen hebben voor de hoogte van de algemene uitkering uit het gemeentefonds.

Het accres voor 2020 en 2021 is bevroren. Voor latere jaren wordt dit overgelaten aan een nieuw kabinet. Wij verwachten dat de financiële effecten vanaf 2022 plaats kunnen vinden. Voor het bepalen van het risiscobedrag hebben houden wij rekening met economische krimp van 5% en een herstel in de periode 2022 - 2024

3.600

Waarschijnlijk

62,5%

0

2.250

1.500

750

4.500

37

Te ontvangen dividenden kunnen onder druk komen te staan door de coronacrisis.

Dit risico speelt met name bij BNG en HVC.

210

Onwaarschijnlijk

37,5%

79

0

0

0

79

40

Niet alle werk kan worden uitgevoerd, waardoor er het risico bestaat dat er later voor het inhalen van het werk er extra personeel / inhuur nodig is.

Door corona zijn enkele werkzaamheden in 2020 blijven liggen (bijvoorbeeld extra inzet Boa's, bedrijfsvoeringsprojecten die niet zijn opgepakt etc.). Deze werkzaamheden zullen naar verwachting in 2021 ingehaald worden.

300

Zeer waarschijnlijk

87,5%

263

0

0

0

263

41

In de bedrijfsvoering worden maatregelen getroffen om het werk zo goed mogelijk te laten doorgaan (ICT-voorzieningen e.d.). Er is een risico dat maatregelen en kosten structureel worden.

In 2020 zijn maatregelen genomen om het werk zo goed mogelijk door te laten gaan. Extra kosten blijven als thuiswerken de praktijk blijft.

100

Zeer waarschijnlijk

87,5%

88

0

0

0

88

Totaal

7.161

1.617

2.250

1.500

750

6.117

Risico's met een structureel financieel effect

7. Verbonden partijen

Gemeente Gorinchem heeft te maken met diverse verbonden partijen. Het aantal verbonden partijen en het financieel en inhoudelijk belang hiervan neemt de laatste jaren toe. In de paragraaf Verbonden partijen is meer informatie te vinden per verbonden partij met bijvoorbeeld een beschrijving van het publiek belang en de risico's. Niet alle risico's die daar genoemd worden, zijn financieel vertaald. Momenteel is er veel aandacht voor verbonden partijen en in het bijzonder gemeenschappelijke regelingen. Om de eigenaarsrol van de gemeente beter te kunnen ondersteunen, wordt hiervoor sinds 2018 extra capaciteit ingezet. Als financiële grondslag voor de berekening van het risico hanteren wij een bedrag van € 1 mln. en schatten wij de kans in op erg onwaarschijnlijk (12,5%).

De twee gemeenschappelijke regelingen die opereren in het Sociaal Domein (Avres en DG&J) vallen niet onder dit risico, maar zijn meegenomen onder het kopje Sociaal Domein.

8. Gemeentefonds

a. De hoogte van het Gemeentefonds heeft de afgelopen jaren een fluctuerend verloop gekend. Dit werd met name veroorzaakt door de algemene economische omstandigheden, het uitgangspunt van 'Samen de trap op, samen de trap af' en periodieke herijkingen van de maatstaven. De jaarlijkse groei of krimp van het gemeentefonds staat ook wel bekend als het accres. De normeringssystematiek 'Samen de trap op, samen de trap af' blijft bestaan, maar is verruimd. Met ingang van 2018 is de basis voor deze berekening de totale rijksbegroting. Dit geeft een bredere basis en daarmee een stabielere ontwikkeling van de accrespercentages. Omdat niet exact duidelijk is wat de opgaven gaan kosten en verdere fluctuaties in het gemeentefonds niet geheel zijn uitgesloten, wordt een risicobedrag opgenomen gelijk aan € 0,72 mln. (ca.1% van algemene uitkering 72 mln.) met een kans van 62,5%.

Omdat verdere fluctuaties in het gemeentefonds door de corona-crisis niet zijn uitgesloten is er in het totale risico i.v.m. corona een risicobedrag opgenomen voor het gemeentefonds en wordt deze hier niet meer apart vermeld.

b. Voor het jaar 2022 is een herijking van het gemeentefonds aangekondigd. De herverdeling van het gemeentefonds heeft gevolgen voor alle gemeenten. De overgangsmaatregelen beperken de gevolgen voor Gorinchem op een bedrag per inwoner. De bedragen moeten nog worden bepaald. Voor dit moment wordt rekening gehouden met € 15 per inwoner voor het eerste jaar. Voor de risicoparagraaf is het bedrag berekend op 37.000 * € 15 = € 555.000 per jaar met een kans van 87,5%.

9. Leegstand panden

In de begroting staan ruim € 3 mln. aan huuropbrengsten geraamd. Bij de meeste verhuurde panden is sprake van een meerjarige verhuurovereenkomst en is het risico op leegstand beperkt. Bij enkele panden is het risico groter. Een concreet voorbeeld is het gemeentelijk pand aan het Stadhuisplein, waarin voorheen Avres gehuisvest was. Avres heeft in 2018 het huurcontract opgezegd. Het gemeentelijk pand staat daarmee leeg, en een concrete huurder is nog niet gevonden. Hiermee is ook incidenteel rekening gehouden in de begroting 2021.Het bedrag voor de panden waar de gemeente risico loopt is ingeschat op € 0,17 mln. voor 2021 en € 0,35 mln. vanaf 2022. Het risico valt in de hoogste categorie (87,5%).

Risico's zonder financieel effect voor het weerstandsvermogen

1. Sociaal Domein
De reserve Sociaal Domein is op dit moment toereikend om specifieke (incidentele) risico's in het Sociaal Domein af te dekken. Daarom worden de risico's in het Sociaal Domein niet meegenomen in de berekening voor de benodigde weerstandscapaciteit. De financiële ontwikkelingen in het Sociaal Domein zijn niet zonder risico. De gemeenschappelijke regeling Avres zal voor 2020 naar verwachting geen beroep doen op een verhoogde gemeentelijke bijdrage, maar voor de jaren daarna is dit niet uitgesloten. Zij is op zoek naar ruimtescheppende maatregelen om de begroting structureel sluitend te krijgen. Eind 2020 zal, op basis van een beleidsevaluatie, duidelijk worden welke (bij)sturingsmogelijkheden er zijn en wat dat financieel betekent.

In de WMO zien we oplopende kosten voor maatwerkbegeleiding en huishoudelijke ondersteuning. Hierin is het punt bereikt dat de beschikbare budgetten niet langer toereikend zijn om de kosten te dekken.

De gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid en Jeugd die de jeugdwet voor de gemeenten in de regio uitvoert, heeft een omdenknotitie (Grip op Jeugdhulp) opgesteld en op basis daarvan een meerjarenperspectief gepresenteerd. Hierin nemen de jaarlijkse lasten in de komende jaren af met € 15 mln. voor de regio, te realiseren in 3 jaar vanaf 2021. De onderbouwing van deze kostenreductie is nog niet op alle onderdelen concreet gemaakt. Er ligt dus een risico dat de afname van de kosten niet zo snel gaat als gepland, of (gedeeltelijk) niet gehaald wordt.

Bij de zienswijze van de begroting vanaf 2021 van de DGJ/SOJ (verwerkt in de perspectiefnota) heeft de gemeente gekozen voor het scenario om een kostenstijging van 5% mee te nemen en de afbouw van de solidariteit te verwerken in de begroting vanaf 2021. Hierdoor ontstaat er ruimte om het mogelijk niet structureel worden van de extra rijksmiddelen op te vangen. Hierbij nog een kanttekening dat het kostenverloop van jeugdzorg onvoorspelbaar blijft. In de septembercirculaire 2020 wordt er wel gesproken van een aanvullende compensatie voor jeugdzorg in 2022. Voor de jaren daarna ligt deze keuze bij het nieuwe kabinet. Hiermee kunnen de mogelijke tegenvallers in de toekomst worden opgevangen.

2. Rentelasten

Conform het Treasurybeleid ligt de targetrente onder de gehanteerde rekenrente. Hierdoor vallen naar verwachting de rentelasten van eventuele nieuwe (langlopende) leningen binnen de meerjarige begrote rentelasten. Daarnaast is er in de Perspectiefnota 2021-2024 een lijn ingezet om de schulden te reduceren en het rentebudget te bevriezen. Daarmee zal er ruimte in het rentebudget ontstaan om eventuele rentestijgingen op te vangen (dan wel aanvullende aflossingen te doen). Om die reden schatten wij het risico dat de rentelasten hoger zijn dan de begrote rentelasten in op nihil (t/m 2024).

3. Omgevingswet

De Omgevingswet treedt op 1 januari 2022 in werking, dit heeft een forse impact op de gemeentelijke organisatie. Er is een programmaplan opgesteld dat de periode tot 2029 beslaat. Voor het goed implementeren van de Omgevingswet in de organisatie is een projectstructuur opgezet, zodat de wet per ingangsdatum kan worden uitgevoerd. Bij de ontwikkeling van de omgevingswet werken wij nauw samen met de regio zodat er voor de essentiële onderdelen van de wet goede werkafspraken liggen. Het risico waar momenteel nog geen zicht op is, zijn de effecten van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het DSO betreft een systeeminrichting (ICT) waarbij verschillende overheden zijn aangesloten. Om dit risico te verkleinen is hier bij de aanbesteding van het VTH-systeem voor zover mogelijk rekening mee gehouden. De leverancier dient ervoor te zorgen dat de aansluiting wordt gegarandeerd. Vooralsnog wordt het risico op nihil geschat.

4. Waarborggaranties

De huidige boekwaarde van de totale garanties bedraagt iets meer dan € 800 mln. Circa € 764 mln. hiervan bestaat uit de garantstellingen door tussenkomst van waarborgfondsen. Dit zijn stichtingen die garant staan voor leningen die kredietverstrekkers zoals banken hebben uitstaan bij woningbouwcorporaties, welzijnsorganisaties, et cetera. De gemeente fungeert als achtervang voor het waarborgfonds. Het risico dat de gemeente wordt aangesproken als achtervang is nagenoeg nihil.

5. Station Papland
In de Perspectiefnota 2017-2020 is in het hoofdstuk Relevante ontwikkelingen station Papland genoemd: Met
betrekking tot de aanleg van station Gorinchem Noord / Papland op de MLL is besloten dat de aanleg daarvan wordt uitgesteld en in principe 'meeloopt' met de ontwikkeling van bedrijventerrein Groote Haar.
Het streven is om de halte gereed te hebben, zodra de eerste uitgifte van bedrijventerrein Groote Haar een feit is. De verwachting is dat dit 2024 wordt. Momenteel worden diverse varianten bekeken voor aanleg van de halte. Het totale tekort wordt ingeschat op minimaal € 3 mln. en maximaal € 4,5 mln. In het mobiliteitsplan is al rekening gehouden met een tekort van € 2 mln. Voor het overige tekort zal co-financiering gezocht worden in de vorm van subsidies dan wel opgevangen worden in de reserve infrastructuur. Het risico dat het tekort niet middels co-financiering of binnen de gemeentelijke begroting opgevangen kan worden is hiermee nagenoeg nihil.

Kansen zonder financieel effect voor het weerstandsvermogen

6. Dividendinkomsten
De begrote dividendinkomsten van Eneco en Stedin waren jaarlijks circa € 0,6 mln. In de begroting 2020 is het structureel wegvallen van het dividend van Eneco van € 450.000, als gevolg van de verkoop van aandelen, al verwerkt. Stedin wordt vanwege de energietransitie geconfronteerd met forse investeringen in het energienet in haar verzorgingsgebied. Het bestuur kijkt daarom samen met de aandeelhouders naar de langetermijnoplossing voor de financieringsbehoefte. Door de grote investeringen die voorgefinancierd moeten worden, staat ook het resultaat de komende jaren onder druk. We verwachten dan ook dat het dividend de komende jaren naar (nagenoeg) nihil zal teruglopen. In de Perspectiefnota 2021-2024 is ook het dividend voor Stedin op nihil gesteld. Er is een kans dat we nog een beperkte dividenduitkering ontvangen de komende jaren. Over de hoogte van dergelijke uitkeringen kan, met de huidige inzichten, geen uitspraak worden gedaan. Daarom is dit onderwerp niet financieel vertaald in de tabel.

7. Compensatiemaatregelen van het Rijk
De gemeente Gorinchem heeft in 2020 compensatie ontvangen voor de nadelige financiële effecten van de coronacrisis. De kans is aanwezig dat het Rijk ook in 2021 compensatiemaatregelen treft voor de financiële effecten als gevolg van de coronacrisis.