Grondslagen begroting en meerjarenraming

De begroting 2021 inclusief de meerjarenraming 2022-2024 is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het BBV hiervoor aan de gemeente stelt. Dit houdt onder andere in dat:

1. Voor de begroting en de meerjarenraming een stelsel van baten en lasten wordt gehanteerd;

2. De baten en lasten worden geraamd tot hun bruto bedrag;

3. De begroting en de meerjarenraming, volgens normen die voor gemeenten als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht geeft dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en lasten.

4. De begroting en de meerjarenraming duidelijk en stelselmatig de omvang van alle geraamde baten en lasten, alsmede het saldo ervan, weergeven.

In dit hoofdstuk worden de grondslagen waarop de begroting is gebaseerd nader toegelicht, wordt een toelichting gegeven op totale lasten en baten en daarbij in hoeverre deze incidenteel of structureel van aard zijn en tot slot een verschillenanalyse op hoofdlijnen gegeven van de verschillen tussen de cijfers van 2021 en de begroting 2020 na wijziging (tot en met augustus 2020).

De grondslagen voor de begroting

In de perspectiefnota 2021-2024 zijn de volgende uitgangspunten door de raad vastgesteld:

1. CAO-loonstijging: CAO aanhouden, vooralsnog wordt gerekend met een loonstijging van 2,8%;

2. Prijsstijging: 1,6% conform raming CPB;

3. Ten aanzien van gesubsidieerde instellingen een stijging van 2,2% aanhouden;

4. Voor de tarieven voor onroerende en roerende zaakbelasting, precariobelasting, leges (voor zover niet aan een maximum gebonden), hondenbelasting, begrafenisrechten en markt- en kadegelden geldt het gemiddeld indexcijfer 1,5%;

5. Voor de tarieven voor leges (dienstverlening) ten aanzien van:
- drank en horeca worden in 2021 alleen trendmatig verhoogd net als alle andere tarieven. In 2020 is hierop al 50% gezet in verband met het onderzoek kostendekkendheid tarieven en het collegebesluit (juni 2019) en raadsbesluit (Perspectiefnota 2020) hierover;

- evenementenvergunning: het tarief bepalen op 10% (= € 327) van de kostprijs bij evenementen met een commercieel karakter en vanaf 2022 structureel 15% (€ 490);

-evenementenvergunning met een maatschappelijk karakter: geen kosten in rekening brengen;

6. Tarieven rioolbelasting, afvalstoffenheffing: tariefsontwikkeling op basis van kostendekkendheid;

7. Tarieven voor parkeren: voor 2021 niet uitgaan van tariefstijgingen;

8. Tarieven Veerdienst en Lingehaven: voor 2021 niet uitgaan van een tariefstijging;

9. Ten aanzien van het tarief naheffingsaanslag parkeerbelasting het wettelijk maximumtarief aanhouden;

10. Huren woningen: uitgaan van de mogelijkheden en richtlijnen uit de circulaire Huurprijsbeleid 1 januari 2020 t/m 30 juni 2021 van het min. BZK (circulaire d.d. 04-02-2020);

11. Huren niet-woningen: de bepalingen terzake uit de gesloten huurovereenkomsten volgen (wat in de regel neerkomt op een tariefsontwikkeling op basis van de CPI-index alle huishoudens);

12. De rekenrente is bepaald op 1,1%;

13. De rente voor de grondexploitatie is bepaald op 1,02%;

14. De targetrente is bepaald op 0,6%;

15. Raming aantal inwoners per 1 januari 2021: 37.250;

16. Raming aantal woonruimten per 1 januari 2021: 17.460.